31e koor-repetitie: 27 april 2009

Posted on 27 april, 2009. Filed under: dirigeren, koorzang, muziek, repetitie | Tags: , , , , , , , |

Vanwege de meivakantie een licht uitgedunde bezetting vandaag. Ingezongen met o.a. een dalende majeur toonladder op de tekst “Cre-do in u-num Deo“, waarbij de vraag rees of het niet “De-um” moest zijn. Nou, mijn Latijn moet het niveau van potjes nog halen, dus nu heb ik achteraf moeten vaststellen dat ik een fout heb gemaakt in de tekst, en dat het inderdaad “Deum” moet zijn. Met dank aan Willem, die dit soort dingen altijd gewoon weet.

Begonnen met het Kruisvaarderslied: 1 keer uit het hoofd, dan een keer met spieken, dan weer uit het hoofd. Een beroep gedaan op het gezamenlijk musiceren, d.w.z. goed naar elkaar luisteren, om vooral zo exact mogelijk in hetzelfde tempo te blijven.
Daar werd op gereageerd met de opmerking dat er soms een aarzeling optreedt omdat er gewacht wordt op een motief, een riedel of een toon in een andere stem, die dan niet op het moment komt dat je hem verwacht. En dat is interessant. Want andersom zal het ook zo zijn, dat juist die andere stem wacht op een motief, riedel of toon van jou. Op het moment dat de één de teugels inhoudt om op de ander te wachten, houdt de ander ook in. En dan onstaat er ten eerste vertraging, en ten tweede ongelijkheid in het plaatsen van de noten in de maat.
Als koorzanger moet je dus nooit wachten op de ander, maar steeds zelf het initiatief nemen om in de maat te zingen. Op andere gebieden in het leven werkt het ook zo dat degene die initiatief neemt gevolgd wordt. Dat is echt heel interessant, zeker als je het toepast als zanger in een koor. Want als alle zangers zoveel mogelijk zelf het initiatief nemen om ‘in de maat te zingen’ in plaats van op de ander te wachten, dan zal er loepzuivere gelijkheid ontstaan. En daar willen we natuurlijk naar toe.

Dan stond groot onderhoud aan het Credo van de Choral-Messe op het programma. Was nodig ook, want het rammelt nog aan alle kanten. Daarom steeds fragmenten van een paar maten steeds 5 keer herhaald, of bepaalde overgangen steeds heen en terug gezongen, zoals de overgang van G-groot in maat 44 naar Es-groot in maat 45. Op die plek begint het Adagio op de tekst “Et in carnatus est”. Het gevaar van de overwegend 1 lettergreep-per-noot-muziek hier is dat er van de ene noot naar de andere wordt ‘gehakt’, zodat er een onderstroom van onrust in ontstaat. De grote lijn zingen, in blokken van 4 maten, dat moet er in zo´n geval gebeuren, en niet de noten één voor één achter elkaar zetten als losse brokjes, die geen geheel meer lijken te vormen.
Het is net als in de trein zitten en naar buiten kijken. Als je dan je blik richt op voorwerpen dichtbij de trein i.p.v. ver weg, zie je de grote lijn niet meer, maar onrustige details. In de muziek werkt dit dan ook nog eens zo, dat waar je je (innerlijke) blik op te richten hebt, afhangt van de snelheid waarmee je beweegt. Heeft de muziek die je zingt een langzaam tempo, dan kun je je innerlijke blik het beste ver weg richten, alsof je naar de horizon kijkt. Is het tempo snel, dan kun je beter je innerlijke blik dichtbij jezelf richten. Goed, deze gedachtegang komt niet helemaal uit de verf. Misschien kan ik hem later nog eens opzoeken, en ben ik dan in staat er beter naar te luisteren. Nu kom ik er niet helemaal in.

Make a Comment

Make a Comment: ( None so far )

blockquote and a tags work here.

Liked it here?
Why not try sites on the blogroll...