Koorizon

Een koordirigent schrijft over muziek en zo

29e koor-repetitie: 6 april 2009

Het Kruisvaarderslied van Walther von der Vogelweide uit het hoofd gedaan, en lopend door de zaal, als een soort processie. Daarbij moesten de koorzangers stappen zetten op het tempo van de muziek. Opvallend daarbij was, dat het zingen van de noten ondergeschikt raakte aan het plaatsen van de voeten, zodat het doorstromen van de muziek op elk maatdeel een klein beetje stokte, ingehouden werd. Eigenlijk had het andersom moeten zijn: Het tempo van het zingen zou de voeten mee moeten trekken. Nu was dat niet zo, zodat er steeds een minimale vertraging optrad bij de noten die op de tel vallen. Multitasking valt nog niet mee, zullen we maar zeggen.

Cædmon´s Hymn heb ik opgedeeld in 5 delen, om het repeteren iets overzichtelijker te maken. Vandaag was deel 3 aan de beurt. Intussen heb ik aan Peter Bird ook de datum van ons concert doorgegeven. Hij is natuurlijk heel benieuwd, maar zal er niet speciaal voor uit Amerika overkomen. Ook was hij nieuwsgierig naar mijn interpretatie van het stuk. Slik: ik zal al blij zijn als we het zonder al te veel kleerscheuren over het voetlicht kunnen brengen. We zullen zien. Ik wou dat we nog wat meer repetities over hadden.

Tenslotte nog het Agnus Dei uit de Choral-Messe gedaan. Daar zijn ook interessante waarnemingen aan te doen op zang-technisch gebied. Neem bijvoorbeeld de tekst “Qui tollis peccata mundi”. Bruckner heeft de meeste lettergrepen van deze tekst noten gegeven op de zware maatdelen. Elke lettergreep is dynamisch beklemtoond. Luister maar:

“Qui to-llis pe-cca-ta mun-di (mp3)

Dit fragment staat hier uitsluitend voor educatieve doeleinden, zodat de koorleden feedback krijgen en iets kunnen leren. Wat horen we in dit fragment?

Ten eerste dat de eerste medeklinker “Q” van het woord ““Qui” een muur lijkt waar men niet overheen dreigt te komen. Om het anders te zeggen: het vormen van de Q als klank gaat gepaard met zoveel spierspanning en nadruk, dat de feitelijke hoogte van de toon alleen met een opwaarts glissando (te laat) wordt bereikt.
De Q hangt als een blok aan de benen van de klinkers U en I die erna komen, en waarop pas echt gezongen kan worden.
Dit is een beetje als bij mensen die overmatig krachtig een hand geven bij een begroeting: ze knijpen zó hard, dat het aanvaarden van de begroeting eigenlijk pas kan plaatsvinden als ze je hand weer los laten. Ook heel interessant, als fenomeen. Net zo hoor je dat de gewenste toonhoogte in het fragment pas tot stand komt als de Q wordt los gelaten. En dat is jammer. Het is ook niet mooi, en daarom besteed ik er aandacht aan. Zangtechnisch kan dat gecorrigeerd worden door er op te letten geen of zo min mogelijk spieren aan te spannen bij het vormen van de Q, èn tegelijkertijd de Q zo licht mogelijk uit te spreken, misschien zelfs in zekere zin over te slaan, ten gunste van het vormen van de U en de I. Naar die klinkers moet alle zang-energie gaan: daar moet de inzet op gericht worden. Niet het zingen van de Q moet op het maatdeel vallen, maar het zingen van de U-I. En dit moet dan met zoveel mogelijk ontspannen spieren gebeuren.

Goed, dan hebben we de lettergreep “ta”. Die geeft ook problemen, omdat bij het vormen van de T de klinkerstroom (dus de zangstroom) op A wordt onderbroken. Daardoor zakt de muzikale doorstroming in, valt de ademsteun even helemaal weg, zodat de A die na de T komt weer opnieuw opgestart moet worden. Eigenlijk is dit hetzelfde als wat gebeurt bij “Qui”, het verschil is alleen dat er niet met “Ta” begonnen wordt, maar dat deze lettergreep midden in de zangstroom gezongen moet worden. Er lijkt zelfs een zekere angst voor de T van Ta te zijn, als je luistert naar hoe de voorafgaande lettergreep “ca” gezongen wordt als door een ruiter die zijn paard afremt bij het vermoeden van een te hoge horde. Die angst is niet bewust, eerder onbewust, en gebaseerd op de eerdere zangervaring bij de Q. Neem van mij aan dat het zo werkt.
Wat hier zou moeten gebeuren is dat de zangstroom op de A van Ca NIET onderbroken wordt door de T van Ta, zodat er eigenlijk een doorlopende A te horen is, die geen daling in energie krijgt vanwege het moeten uitspreken van de T. Dit is erg belangrijk, want zoals het in het fragment gezongen wordt is de muziek ten eerste vatbaar voor zakken, ten tweede voor vertraging, en ten derde is het minder mooi (maar dat volgt uit de eerste twee).

Ik hoop dat de koorleden hier iets mee kunnen. Deze dingen tijdens de repetitie zeggen kan ook, en doe ik ook, maar dat vraagt veel tijd.
Er valt zoveel te leren, ook voor mij. Elk fragment dat niet klopt of niet mooi is, wijst mij op mijn onvolkomenheden als dirigent.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: